de hulpwerkwoorden

(die Hilfsverben)

Verwendung der Verben

Die Hilfsverben werden in Verbindung mit anderen Verben zur Bildung der veränderlichen Verbform benutzt.

  • “hebben” (haben) und “zijn” (sein) werden zur Bildung von Perfekt und Plusquamperfekt benötigt
  • “zullen” (werden) wird bei der Bildung von Futur und Konditional eingesetzt
    (“zullen” kommt in der Bedeutung von “sollen” aber auch als Modalverb zum Einsatz)
  • “worden” (werden) wird bei der Bildung des Passivs verwendet

zijn - sein

Beispiele:

Vlokje Vlokje is met de kat van de buren naar huis gelopen. Eerder waren Vlokje en Geroem buiten spelen.

Geroem: “Ik ben om 4 uur naar huis gekomen.”

Geroem: “Je bent laat gekomen, Janecke. Ben je naar de universiteit geweest?”

Ausnahme für “je” | “jij” bei der Nachstellung des Pronomes hinter das Hilfsverb: Das “t” am Ende wird dann weggelassen!

Janecke was naar de universiteit gegaan.

zijn (sein)
presens imperfectum
perfectum geweest
ik ben was
je | jij bent was
u bent was
hij | zij | het is was
we | wij zijn waren
jullie zijn waren
u bent was
ze | zij zijn waren

hebben - haben

Beispiele:

Paul Ze heeft en nieuw auto gekocht.

Wij hebben de verjaardag van Paul gevierd.

Jij hebt mij het boek gegeven.
Heb je voor hem ook een boek meegebracht?

Ausnahme für “je” | “jij” bei der Nachstellung des Pronomes hinter das Hilfsverb: Das “t” am Ende wird dann weggelassen:

Gisteren hadden wij iets samen gedronken.

hebben (haben)
presens imperfectum
perfectum gehad
ik heb had
je | jij hebt had
u hebt / heeft had
hij | zij | het heeft had
we | wij hebben hadden
jullie hebben hadden
u hebt / heeft had
ze | zij hebben hadden

zullen - werden

Beispiele:

Janecke Ze zal weer naar huis gaan.

Janecke en Geroem zijn moe. Ze zullen nu slapen.

De studenten zouden het weten maar niemand kan het zich herinneren.

Tanja: “Ik zal zeker weer naar Nederland reizen.”

zullen (werden)
presens imperfectum
perfectum -
ik zal zou
je | jij zal / zult zou
u zal / zult zou
hij | zij | het zal zou
we | wij zullen zouden
jullie zullen zouden
u zal / zult zou
ze | zij zullen zouden

worden - werden

Beispiele:

Tanja Tanja: “Ik word vaak door mijn Nederlandse vrienden uitgenodigd.”

Vlokje wordt door Geroem gedragen.

De vrienden worden geroepen.

Hij wordt naar huis gebracht.

Auch für “worden” gilt die Ausnahme für die Nachstellung des Pronomens hinter das Hilfsverb bei “je” | “jij”: Das “t” am Ende wird dann weggelassen.

worden (werden)
presens imperfectum
perfectum geworden
ik word werd
je | jij wordt werd
u wordt werd
hij | zij | het wordt werd
we | wij worden werden
jullie worden werden
u wordt werd
ze | zij worden werden

Diese Seite wurde zuletzt verändert am 31. August 2010

zum Thema in uitmuntend

in extras

die Modalverben: de modaal hulpwerkwoorden

die unregelmäßigen Verben: de onregelmatige werkwoorden

zum Thema im Internet

Grammatik:

Minikurs Niederländisch

Verben beugen auf: logos

Copyright ©2004 by uitmuntend.dehttp://www.uitmuntend.de
Erstellt und Betrieben von http://extrakraniell.de